Een samenwerking tussen België en Nederland op energiegebied is een verstandige keuze. Een gezamenlijke strategie op het vlak van kernenergie en de ambitie om samen een nieuwe type kerncentrales te bouwen bieden vooreerst technische en financiële voordelen. Het zou ons ook minder afhankelijk maken van buitenlandse commerciële partijen die hun winsten en investeringen vaak naar hun land van herkomst sturen. Tegelijk kan een robuust, grensoverschrijdend gezamenlijk energiebedrijf onze industrie hier verankeren.
Met een energiebeleid voor de twee landen samen op het vlak van kernenergie, en mogelijk zelfs een Benelux-energiebedrijf, kunnen de overheden de regie weer in eigen handen nemen. Research & Development en de bouw van infrastructuur zijn aanzienlijk goedkoper en efficiënter wanneer door meer dan één land ondersteund worden. Met een nieuwe Nederlandse regering (geïnstalleerd op 23 februari 2026) en een Belgisch kabinet dat een "point of no return" voor kernenergie zoekt, is de timing voor gedeelde afspraken ideaal.
Elk land heeft daarbij zijn sterktes. Zo beschikt België via het SCK CEN (Belgian Nuclear Centre) in Mol over diepgaande nucleaire kennis, terwijl Nederland de ruimte en de ambitie heeft voor nieuwe kerncentrales. Daarbij zal het gaan om moduleerbare en kleinere reactoren (SMR’s) dan wat we vandaag kennen.
Het SCK CEN werkt momenteel samen met andere onderzoekscentra in Europa aan de ontwikkeling van een nieuw type SMR die gekoeld wordt met lood en tevens gebruikt uranium van oude kerncentrales opnieuw aanwendt en dus zo ook het afvalprobleem aanpakt. Een werkend demonstratiemodel is voorzien binnen enkele jaren.


Nederland zet dan weer zwaar in op wind op zee. De ambities reiken tot 50-70 GW, terwijl de vraag op piekdagen veel lager ligt. Deze overschotten kunnen door de Benelux-industrie worden gebruikt voor de productie van groene waterstof die tussen de havens kan vervoerd worden via een gedeelde waterstof-backbone waarvoor nu al een samenwerking is tussen Gasunie en Fluxys.
België en Nederland hebben tevens een akkoord gesloten voor de samenwerking op het gebied van transport en opslag van CO2. Beide landen willen de industrie verduurzamen door CO2 tussen de Belgische en Nederlandse havens te transporteren, met als doel de opslag van CO2 in lege gas- en olievelden onder de Noordzee.
Ook in andere domeinen werken de twee landen samen. Zo nemen de Antwerpse en Rotterdamse haven steeds meer initiatieven om infrastructuur gezamenlijk uit te bouwen.
Het ultieme doel van al deze inspanningen is er specifiek op gericht de energietransitie betaalbaar en technisch haalbaar te maken en de-industrialisatie te voorkomen.